Poëtische adoptie van een dorp.

Dorp, sta mij toe dat ik u poëtisch adopteer, mijn verzen vouw tot vleugels, waar men onder schuilen kan…

Op deze site vind je het verslag van de poëtische adoptie van een dorp. Als derde dorpsdichter van Doel wil ik het dorp met poëzie in leven houden. Bij deze richt ik een warme oproep naar andere dichters: sluit je aan bij onze adoptie-actie! Kies een huis of een plek in Doel en schrijf er een gedicht bij. En laat het even weten, dan kijken we hoe jouw adoptie een plek kan krijgen op deze site. Met tekst en foto, met een filmpje…

Hieronder vind je het algemene adoptie-gedicht. Meer inspiratie nodig? Op de pagina ‘eerste adoptiedag’, vind je de eerste adopties van plekken in Doel. Deze werden vastgelegd op 24 september 2011. De vrienden-dichters van de Pazzi di Parole Ann Van Dessel, Erwin Steyaert, Yerna Van den Driessche en ook Paul Vincent zijn de eerste adoptie-dichters van het project.

Op zondag 13 november hielden we een tweede opnamedag in Doel. Dichter Daniel Billiet (lid van de Pazzi di Parole), eerste dorpsdichter Frank De Vos, tweede dorpsdichter Mark Meekers en ikzelf adopteerden een plek in Doel. Daarbij werden we muzikaal begeleid door singer-songwriter Gido VanGent. De nieuwe filmpjes komen zo snel mogelijk online. Ondertussen komen ook via mail gedichten binnen. Ook deze komen, vergezeld van een foto, zo snel mogelijk online.

Hilde Van Cauteren
Derde dorpsdichter Doel

Poëzie: Hilde Van Cauteren – Film: Michaël De Meirleir & Hilde Van Cauteren – Muziek: Löhstana David

Dorp, sta mij toe dat ik u poëtisch adopteer,
mijn verzen vouw tot vleugels, waar men
onder schuilen kan, mijn strofen opentrek,
zodat men u bekijken kan in ander licht.

Want het werd donker, toen de hamer viel,
en op papier voor u geen toekomst meer
bestond, ook al schijnt de zon nog even
schaamteloos langs uw kapotte straten.

Dorp, sta mij toe dat ik u poëtisch adopteer,
mijn verzen vouw als armen, u met woorden
wieg en toon aan wie wil kijken, en sta
mij toe dat ik vertel dat gij nog leven kunt

verdragen. Dat gij niet liever vraagt dan
klaterende stemmen die uw dagen kleuren,
en dat uw nachten weer vol van trage adem
zijn, en warm van slapende lijven.

Dorp, sta mij toe dat ik zolang poëtisch waak
over uw grondgebied, u als mijn zinnen veilig
sluit met punten en – ook al blijft men zeggen
dat u niet mag blijven – u blijf beschrijven.

Advertenties