Adopties per post…

Walter Simons

Doel blijft dichters inspireren. Walter stuurde deze twee gedichten door via mail:

Tijger

diep onder de doodsklok
raast de ijzeren tijger
door gillende straten
kraakt huizen omver
rijt muren open weerloos
bloedend in kleuren van rouw

zwart vloeit langs de molen
nog de trage rivier
naar beschaamde polders
dringt het schuldige water
met wrakhout van vroeger
in gapende wonden

dorp zegden ze de verminkten
die vluchtten als mieren
bang voor de klauwen
wolken en regen en oorlog
trotseerden ze dapper
en gingen niet onder

dit was ons doel zegden ze
wat prei van de akker
duifjes paling of schol
bloemen op de schoorsteen
een zomer met kermis
was ons enige Doel

de tijger brult met de wind
door het holle braakland
langs de linde naar het kerkhof
waar schippers van de Schelde
nog gelaten sterven
hun eigen trotse dood.

 

Beelden van Doel

Het huis stond eenzaam te pronken op het scherm
het leek wel mooi, verval werd een bad van licht en kleuren,
een beetje gras van de dijk was onderaan in beeld:
het hevige groen van hulpeloos leven,
alsof een kind er plots naar beneden zou rollen,
gillend van pret, of langs de stenen trap
een late wandelaar kwam afdalen,
terug van het kleine haventje.

Iemand fluisterde: hier woonde mijn grootvader,
een ander: het was een kroegje voor schippers,
ze kwamen er samen, ze mochten zelf tappen,
ze kenden elkaar, ze hadden een sterke band.

Het gonsde wat van geruchten, zo ook de projector;
even trilde het doek, in de lichtbundel
tintelde stof als vuurvliegjes. In iemands ogen kwam
wat van die oude nevel opzetten, het huis werd vager,
sommigen dachten aan het eeuwig gave wit
van meeuwen boven de daken
en zwegen.

Waar was het ook weer, een ver vergeten dorpje
aan de brede rivier, het had met een nieuwe haven
te maken, er was iets aan de hand met graafmachines
en kranen en containers en grote, logge schepen.

Zij die het wisten, nazaten van schippers,
de kleindochter van een kroegbaas,
de kinderen van weleer die tuimelden in het gras,
een wandelaar die van het haventje kwam –
ze kenden elkaar, ze hadden een sterke band
en zwegen.

Toen was er schril licht in de zaal,
luid rumoer van schuivende stoelen
en geurige koffie met gebakjes.

Bo Vanluchene

Bo liet zich inspireren door de foto’s van Richard De Nul. Ze zijn te bekijken via deze link.

beminde gelovigen

toen het was beslist dat ik moest verdwijnen
bekeek ik mijn lichaam nog eens goed. denk
dat niemand echt vermoedt hoe ik mijn wang

verlegde om hen met de nek aan te kijken
die weggingen. denk dat de lege tuinen
in mijn openhangende mond juist vol,

fruitig en lawaaierig waren, maar zij die
kwamen namen foto’s om geesten te
zien en zij zagen niks. denk aan mijn

huizen als gedekte potjes en schreeuw
niet van de daken, dat hoeft niet. ik
bekeek mijzelf nog eenmaal van kop

tot teen en toen ze jarenlang aan mij
sleurden hebben ze mij blootgelegd,
ontvleesd, geschild. maar ween niet,

mijn liefste, op mijn uitstekende
beenderen, op de stenen die scherp
naar het papier uithalen – het blad

wint altijd van de vuist. dat leren
kinderen. kom nu maar op mijn
schoot, ren niet, en breng een schaar.

Gerda De Preter

Gerda schreef onderstaand gedicht voor het adoptieproject. Ze liet zich onder andere inspireren door het unieke dambordpatroon van het dorp.

 

Je begon

als een droom, een doel,
steen gewonnen uit het water

iemand legde je naakt op het droge,
trok, recht op recht,
een magisch vierkant om je heen

je vel werd aarde, je vingers
bogen als jonge takken in de wind,
getij en golven voorgoed
buitenspel gezet, zo leek het wel

maar zie, mist valt,
in je lenden schuurt de tijd,
de dagen keren

je kijkt me aan met blinde ogen,
ik zie de kaalslag, de kaakslag,
de lege, troosteloze straten

een hand veegt mijn adem uit
wit begint

Johan De Vriendt

Johan schreef ons het volgende: Ik ben sinds 1998 actief in de strijd voor het behoud van Doel. In 2000 hebben wij de oude gemeenteschool gekraakt en uitgebouwd tot het Gemeenschapshuis De Doolen. Ik was daar de eerste bewoner en duivel-doet-al. Sinds 2007 woon ik niet meer in Doel. Ik ben nog steeds actief in Doel 2020 en de Erfgoedgemeenschap Doel & Polder, maar toch mis ik iets. Uit Doel weggaan was een verscheurende ervaring. De omstandigheden waarin waren niet leuk. Het is alsof ik een deel van mezelf heb moeten achterlaten daar. Mijn engagement haal ik deels daaruit. Ik wil niet dat dat deel van mij wordt vermorzeld en bezoedeld. Daarom ook mijn poëtisch engagement: om het deel dat ik heb moeten achterlaten een gezicht te geven, een hart, mijn hart. ‘Huizen zijn vertellers’ was één van de spreuken van de actie van KunstDoel. Huizen zijn geen anonieme steenmassa’s, maar monumenten van klein en groot leven. Zij moeten verhaal  halen uit de stem van de velen die er gewoond hebben, er nog steeds wonen of er af en toe passeren, er naar kijken, bewonderend, om het moedige volhouden van enkelingen, en treurig en woedend, omwille van de blinde vernietigingsdrang van dwazen en de onverschilligheid van andere dwazen.

‘Dikke Bertha in Doel’
Het lied

(Met de groeten van Bart Peeters o.v. zijn toelating om het lied ‘Heist aan zee’ te
mogen gebruiken… Je mag meeneuriën als je wil…)

Toen ik pas in Doel was aanbeland                                                         
Vloeide een traan over in een lach
Want ik dacht dit is het beloofde land
Dat nooit verdwijnen mag

Toen liep Dikke Bertha ons onder de voet
vertrapte een bloem in mijn tuin
we roeien op het ritme van eb en vloed
kijk daar die krab loopt schuin

In dit spel kan je niet lopen
Zet je een voet vooruit en terug
Maar ik blijf steeds stevig hopen
Vecht me een weg naar Doel terug

Marcella en Sjarel, Maurice, Louis,
Voor dit spel al veel te oud
Krijgt ze met man en macht niet op de knie
Weet niet wat hen recht houdt

En loopt Dikke Bertha hen woest tegemoet
In haar zog een spoor van puin
Hun tanden misschien vals, maar oprecht hun moed
Kijk daar die boom groeit schuin

In dit spel gaan zij niet lopen
Dikke Bertha is veel te vlug
Maar ze blijven hevig hopen
Samen krijgen we Doel terug

In dit spel gaan we niet lopen
Zetten we een voet vooruit en terug
En we blijven stevig hopen
Samen krijgen we Doel terug!

 

Yoni Sel

Yoni Sel is de jongerenstadsdichter van Antwerpen. Hij stuurde ons het volgende Doelgedicht:

Doel leeft,
vrij in gevangenschap
gevangen in vrijheid,
terwijl,
Doel hijgt,
zonder adem door de grootse sigaar
onder de tijdloze schaduw.
Doch,

 Doel blijft,
koppig en hardnekkig
wentelend in verval,
terwijl,
Doel beeft,
vol energie en strijdkracht
de hoek in geduwd.
Doch,

 Doel zweeft,
in de tunnel tussen leven en dood
zonder licht aan het einde,
terwijl,
Doel zeilt,
met niemand aan het roer,
een eeuwig getouwtrek
laat het schip met zijn majestueuze mast
veilig in de haven liggen,
tot het doelloos gekaapt wordt.

Marleen Ryngaert

Marleen Ryngaert schreef ons: ‘We hebben een zeer innige binding met Doel. Elke keer als we er komen bloedt ons hart.’ Hierbij een gedicht van haar hand, over wat er overblijft…

Blauwe tegels
hangen er nog
rechts van de Engelse Steenweg,
bij ’t binnenrijden,
Vooraan
twee huizen van de dijk
daar waar vroeger
het bad heeft gestaan
In ’t donker zie je
vaag de omtrek van muren
al verweerd
door water en slijk
schamel verlicht
een dikke ribbel
in de grond
De plek in Doel
Waar ’t huis van
Moeder stond
waar zo veel jaren
in dit stille dorp
bange mensen
werden jarenlang gevangen
in een wurgende klem
tot ze één voor één verdwenen
stierven verhuisden vergingen
zonder stem…

Walter Simons

Walter Simons was één van de vijf genomineerden voor de derde dorpsdichter Doel-wedstrijd. Hij schrijft over het hoekhuis aan de Pastorijstraat in Doel. Dat huis was vroeger een dorpscafé. Met dit gedicht verwijst Walter naar de vroegere geschiedenis, de huidige toestand en het toekomstige lot van het huis.

De oude dorpskroeg

Zie het huis op de hoek: zijn bakstenen herinneren zichHoekhuis aan de Pastorijstraat
hoe zij, geboren uit vuur, tot statige muren werden gestapeld,
die langzaam eenzijdig vergeelden van walmende rook
rond de tapkast, en slome havenverhalen weergalmden,

stevig ook naast de stroom die alle klagen meesleepte
in een zee van dorpsverdriet: aan deze vroegere kroeg
knaagde alleen de wind of de spijker van een oud portret
en waren zijn wanden nog veilig in de eindeloze deining.

Maar waarom ze met een schreeuwerige kunsthuid doodverven
als overhaaste ruïnes, muren voor een gehavend hiernamaals?
Waar is dat radeloze volk dat huilt in kleuren, ramen versplintert

en weer dicht timmert en het licht verlamt – tot het diepe geheim
van schippers voor hun kroost verhuld wordt achter bekladde gevels
en met verweerde stenen bedolven onder vormeloos puin?

Patrick Rottier

Patrick is een fanatiek fietser, en tegelijk ook een poëet.Tijdens zijn fietstochten langs Doel heeft hij de evolutie van het dorp op de voet gevolgd. Met de inzending ‘Trage Tranen achter een verdronken land’, adopteert hij ‘de toegangspoort naar De Schelde’.