Angoulême

Of ik ook naar de nachtopvang ging, vroeg een overigens behoorlijk Nederlands sprekende Afrikaan mij aan de tramhalte. Zag hij aan mijn verschijning de tol van de 4 dagen die ik doorgebracht had op het internationaal stripfestival van Angoulême? Hoewel, als je het gebrekkig openbaar vervoer op een zaterdagavond in een boerengat als Gent in aanmerking neemt, bekijk je het fenomeen nachtopvang wel met andere ogen. Nog lang niet zo’n gek idee, wanneer bus en trein het laten afweten.

angouleme (4)

Maar daarover wilde ik het niet hebben. Een bekende stripjournalist signaleerde mij, in het wereldvermaarde stripmuseum van Angoulême waar die avond warme wijn en hapjes geserveerd werden voor de gestelde lichamen en het kruim van de striptekenaars (dat ik daar was heeft vooral te maken met het feit dat de geruchtenmolen snel maalt in Angoulême, en dat ze de badges minder streng controleren dan de handtasjes en rugzakjes nu Frankrijk in oorlog is), dat “ik” ook in de vitrine lag… als enige Vlaming, nee niet Nix of een van de Brechtjes, maar Jeroen Janssen met het boekje XXI met de bekende torens van Doel op de cover (in spiegelbeeld, weliswaar, maar omdat ze zo mooi symmetrisch staan, die vazen van Doel, let geen kat daar op.

angouleme (6)

Het krijgt nog een staartje, koop vrijdag maar eens de “Standaard der Letteren”, dan lees je mijn getekend verslag over Angoulême. Het moet niet altijd Doel zijn. Een winteravond op het terras van Le Chat Noir kan gerust wedijveren met een zomeravond bij Doel 5.

Advertenties