Deurganckdok

Enkele reizen naar Bilbao, Portugal en Rwanda, maakten dat ik de voorbije maanden weinig in Doel was. Ook de komende maanden zal ik hier in mijn atelier nog veel werk hebben aan het boek, met het luxeprobleem dat ik nu hard moet beginnen schiften in de massa’s aantekeningen en schetsen. Wat niet belet dat ik de komende weken weer wat vaker in Doel ga zijn, om desondanks nog enkele andere en betere tekeningen te maken. En omdat ik het erg begin te missen.

Exclusief voor de lezers van deze blog, een stukje tekst dat het boek misschien niet zal halen.

Het mooiste zicht op Doel heb je vanaf de leefbaarheidsdijk: de hoge dijk die men gebouwd heeft als buffer tussen de containerterminal PSA, en het dorp.

Daarachter staan de hoge kranen, vaak werkloos te wezen, zo beweren kwade tongen. Ik droom ervan zo’n kraan te beklimmen om van daaruit een uitzicht te hebben over het dorp, het Deurganckdok, misschien wel het hele Waasland.

 Image

Zulke dingen kunnen geregeld worden. Niet bij de bewaker aan de receptie van het hoofdgebouw. Ik moet hogerop zijn, in “den bureau” in  Antwerpen. Na wat telefoontjes en een paar mails geraak ik bij de dame die mij een audiëntie belooft, zodat ik haar persoonlijk mijn vraag zal kunnen motiveren, waarna ik eventueel, onder haar begeleiding, de Deurganckdoksite van binnenuit kan bekijken. En tekenen, hoop ik, maar ik vrees er een beetje voor dat zo’n duurbetaalde dame wel iets anders te doen heeft dan een hele dag aan de zijde van een langzame tekenaar te waken.

In de loop van een jaar mag ik verschillende afspraken noteren in mijn agenda. Helaas, elke afspraak wordt op het laatste moment afgeblazen: ziekteverlof, Europa-dagen, een onvoorziene vergadering in Zeebrugge.

Ik heb geduld. Ik blijf proberen.

Tot men mij op een eenvoudiger mogelijkheid wijst. Een gat in de omheining, de dijk waar schapen grazen. Niks illegaals, de weide is eigendom van de schapenboer, verzekert men mij.

De eerste keer word ik verjaagd door plots opkomende stortregens.

 Image

De tweede keer is het de man van de security. Hij wenkt mij van beneden aan de dijk, gehoorzaam als ik ben verzamel ik mijn tekenspulletjes, en klauter de hele weg terug naar beneden, waar hij mij buiten het gesloten hek opwacht.

 Image

Security: Niet dat ik je werkzaamheden niet zou waarderen, en ik ben overtuigd van je goede bedoelingen. Maar hier zijn destijds ganse horden krakers en illegalen over de omheining gekropen. Wees gerust, ik beschouw u niet als een kraker.

Ik (denk): Oef, hij aanziet mij niet als een kraker.

Ik (zeg):  Kunt u niet gewoon doen alsof u mij niet gezien hebt, zodat ik mijn tekening kan afmaken?

Security: Het probleem is: niet alleen ik zie u. Op dit moment hebben de bewakingscamera’s van het Deurganckdok u reeds geregistreerd en ze staan op u gericht. Mijn collega op de bewakingspost volgt elke beweging.

Security: Uit hoofde van mijn functie dien ik u dus helaas de toegang tot deze faciliteit te ontzeggen.U zou maar eens foto’s kunnen maken van de haveninstallaties.

Ik : Kijk maar, ik heb niet eens een camera bij me.

 Image

Het helpt zelfs niet, dat ik verzwijg dat ik vorige week tientallen foto’s gemaakt heb van het panorama, van het reusachtige dok waar verrassend weinig schepen liggen. En ik maak me de bedenking, of dat het is, wat men liever niet op de foto heeft. Is de ware reden waarom ik zo lang afgescheept werd, dat men misschien wacht tot er eens wat meer havenactiviteit is, alvorens mij toegang te verlenen om het dok te tekenen?

Image

Advertenties